
Hoe zit het met de inburgering van statushouders? Met die vraag startte de Rekenkamer van Wassenaar, Oegstgeest, Voorschoten en Leidschendam-Voorburg (WOLV) haar onderzoek. De resultaten zijn bekendgemaakt in juli 2025 en wat blijkt: de huisvesting loopt in alle vier de gemeenten achter, waardoor het inburgeringsproces ook stokt. Toch weet Oegstgeest in de groene cijfers te komen op het gebied van inburgering.
De oorzaak hiervan is wat de Rekenkamer de “vroege start” noemt: Oegstgeest geeft statushouders nog voordat ze een huis hebben en in het AZC verkeren de mogelijkheid om een inburgeringstraject te starten. Die kunnen ze vervolgens volgen in Leiden, die de inburgering van Oegstgeestse statushouders verzorgt. En daar geven de nieuwkomers gehoor aan, want Oegstgeest loopt voorop in de inburgeringscijfers. In de periode van 2022 tot en met 2024 is voor 98 procent van de inburgeringsgerechtigden het proces in gang gezet.
Daarmee mag Oegstgeest zichzelf het “beste jongetje van de klas” noemen, aldus de Rekenkamer, want in dezelfde periode scoren de andere drie gemeenten lager. Leidschendam-Voorburg zit op 83,5%, Voorschoten 82% en Wassenaar 91 procent. De reden daarvoor is waarschijnlijk dat deze gemeenten geen vroege start kennen en het inburgeringsproces later begint.
Meer statushouders
Er moet wel een belangrijke kanttekening geplaatst worden bij het onderzoek: het is een tikkeltje gedateerd. De Rekenkamer voerde haar analyse uit tussen juli 2024 en februari 2025. De uitkomst was in juli 2025 al bekend, maar werd pas dinsdag 6 januari 2026 voor het eerst besproken in de raadszaal van Oegstgeest.
Natalie Jonkers van D66 Oegstgeest merkte toen terecht op dat er ondertussen een nieuwe situatie is ontstaan. Een besluit dat de raad in september 2025 maakte, zorgt voor een stijging van het aantal asielzoekers en daardoor ook van statushouders. Het is dus nog maar de vraag of de vroege start van kracht kan blijven wanneer de groep statushouders groter is.
Arbeidsmarkt
Wethouder Tim van Tongeren erkende het probleem: “We kunnen straks waarschijnlijk niet meer borgen dat iedere statushouder bij binnenkomst in een inburgeringstraject komt. Wel zijn we met het COA aan het kijken of we statushouders zo snel mogelijk op de arbeidsmarkt kunnen plaatsen, ook als ze de taal nog niet helemaal beheersen.”
Door afspraken te maken met de werkgevers over het feit dat de statushouders de Nederlandse taal nog niet (goed) beheersen, hoopt de wethouder de taalontwikkeling op de werkvloer al op gang te zetten. “We hopen de taalontwikkeling op deze manier te stimuleren.”
Maatschappij Nieuws Oegstgeest PolitiekTelefoon Redactie
071 - 5425160