Zwemmen in de Leidse grachten: het gebeurt al jaren, meestal op gevoel en soms tegen de regels in. Het initiatief Zwemstad Leiden wil daar verandering in brengen. Met steun van de gemeente, oog voor natuur én duidelijke zwemlocaties moet Leiden uitgroeien tot een echte zwemstad. “Het water is er al. Nu het beleid nog.”
In de Centraal + Ochtendshow vertellen Herrie en Djara enthousiast over hun droom: een Leiden waar je niet hoeft te twijfelen of je na een duik ook meteen een tetanusprik moet halen. Die droom kreeg donderdagavond een stevig fundament toen Zwemstad Leiden zich presenteerde aan de Leidse politiek.
Van wild zwemmen naar wijs beleid
Zwemstad Leiden is een nieuwe werkgroep binnen de vrijwilligersdenktank Stadslab Leiden en vroeg de gemeenteraad om steun voor het officieel inrichten van delen van grachten en singels als zwemwater. Initiatiefnemer Jeroen Maters zag het afgelopen jaar het openwaterzwemmen explosief toenemen: gezond, sociaal en populair, maar vaak niet toegestaan en lang niet overal veilig.
Herrie Geuzendam en Djara Roos fungeren als woordvoerders. Hun boodschap is helder: “Er wordt al gezwommen. Overal. Laten we het dan ook goed regelen.”
Het Huigpark is al bewezen zwemwater
Volgens Herrie zijn er plekken waar Leidenaren het water allang hebben omarmd. “In het Huigpark wordt nu al volop gezwommen. Dat is echt een geschikte locatie.” Djara vult aan: “Ik zwom zelf altijd bij de Singel langs het Plantsoen. Met die witte brug. Dat voelt meteen goed.”
Maar niet elke gracht roept dezelfde reflex op. “Het Rapenburg? Daar wil ik mijn grote teen nog niet nat maken”,\ zegt Djara droog. “Dat nodigt niet uit.” Juist dát is volgens Zwemstad Leiden de kern van de opgave. “Het Rapenburg moet een plek worden waar je durft te springen”, zegt Herrie. “Dat je denkt: hier is het schoon, hier is het veilig, hier liggen geen fietsen.”
Veilig zwemmen is méér dan een schone duik
De angst voor vies water is hardnekkig, en niet helemaal onterecht. Volgens Europese normen scoort het Leidse water vaak matig. Toch zwemmen er al jaren mensen zonder noemenswaardige problemen. “Het stigma is groter dan de realiteit,’ zegt Herrie. ‘Maar dat betekent niet dat we achterover kunnen leunen.”
Zwemstad Leiden kijkt nadrukkelijk breder dan alleen de zwemmer. “Als je het water écht kwalitatief goed wilt maken”, legt Djara uit, “moet je ook kijken naar flora en fauna”. Denk aan watertuinen die het water zuiveren, zones zonder recreatie om de natuur rust te geven, en gerichte opruimacties op de bodem.
Hou je mond dicht
En dan de vraag die altijd komt: word je ziek van zwemmen in de gracht? Djara lacht: “Hoeveel liter water drink je tijdens het zwemmen? Gewoon je mond dicht houden, dan komt het goed.”
Toch wil Zwemstad Leiden juist af van dat soort halve geruststellingen. Hun pleidooi aan de politiek gaat over duidelijke zwemlocaties, toezicht, betere waterkwaliteit en heldere communicatie. Geen grijs gebied meer, maar aangewezen plekken waar iedereen weet waar hij aan toe is.
Water verbindt
Wat het initiatief extra kracht geeft, is het sociale effect. “Bij plekken zoals de Meelfabriek zie je zwemmers die elkaar eerst niet kenden”, zegt Herrie. “Die ontmoeten elkaar in het water. Dat is gezondheid, ontmoeting en stadscultuur in één.”
Internationaal kijkt Zwemstad Leiden naar voorbeelden als Parijs, waar de Seine na jarenlange investeringen weer zwembaar wordt. “Daar was het ooit echt een open riool”, zegt Djara. “Als het daar kan, waarom hier niet?”
Hotspots
Djara: “De Boisotkade, bij de Haapse Hoek. Dat blijft mijn plek.” Herrie knikt: “Dat is de hotspot. Door experts gekozen.”
Zwemstad Leiden weet dat het geen kwestie is van morgen geregeld. “Maar”, zegt Herrie, “een stad aan het water is ook een stad om in te zwemmen. Het enige wat nog moet meebewegen, is het beleid.”
Leiden Maatschappij SportTelefoon Redactie
071 - 5425160