Met de start van de Poëzieweek, die loopt tot en met 4 februari, staat poëzie volop in de schijnwerpers. In de studio van Centraal+ sprak stadsdichter van Leiden Raymond Tilma over zijn rol, zijn inspiratie en de plek van poëzie in de stad.
Van wedstrijd tot stadsdichter
Stadsdichter word je in Leiden niet zomaar. Volgens Raymond gaat daar een selectieprocedure aan vooraf. “Je schrijft je in voor een wedstrijd en levert opdrachtgedichten aan”, legt hij uit. Uit alle inzendingen wordt een groep finalisten gekozen. Tijdens de finale mag het Leidse publiek stemmen op hun favoriete dichter. “Iedereen die zich uitgenodigd voelt, kan meebeslissen. Dat maakt het extra bijzonder”, aldus Tilma. Die publieksstemming leverde hem uiteindelijk de titel stadsdichter van Leiden op, een functie die hij tot 2028 vervult.
Inspiratie als spier
Hoewel vaak wordt gedacht dat dichters altijd geïnspireerd zijn, ziet Tilma dat anders. “Inspiratie is niet iets wat er voortdurend is, het is een spier die je traint”, zegt hij. Door te beginnen met schrijven komt de inspiratie vaak vanzelf op gang. Volgens hem heeft iedereen verhalen en gevoelens om uit te putten. Poëzie ziet hij daarbij als een breed begrip: rijm en vrije vormen kunnen naast elkaar bestaan. “Dat wankele lijntje tussen rijmelarij en poëzie vind ik juist interessant.”
Jongeren, poëzie en AI
Poëzie is volgens Tilma springlevend en zeker niet alleen iets voor een oudere generatie. “Je ziet traditionele dichters, maar ook veel jongeren die zich meer richten op spoken word en andere vormen.” Vooral kinderen genieten van het spelen met taal. Over de rol van kunstmatige intelligentie is hij duidelijk: AI kan teksten produceren, maar geen echte poëzie. “Een gedicht heeft bezieling nodig, een menselijk gevoel.” Wel kan AI volgens hem dienen als hulpmiddel om ideeën op gang te brengen.
Telefoon Redactie
071 - 5425160