
De natuur in Leiden ontwikkelt zich overwegend positief, al staan sommige soorten onder druk. Dat blijkt uit een gesprek met wethouder Ashley North van de gemeente Leiden over de stand van zaken van de stadsnatuur.
Op de vraag hoe het momenteel gaat met de natuur in de regio en met name in Leiden, antwoordt wethouder North: “Nou, het gaat best wel goed met onze natuur. Daar hebben we ook veel in geïnvesteerd de afgelopen jaren. En het gaat al helemaal goed met de waardering voor onze natuur. Want steeds meer Leidenaars zijn bezig met het vergroenen van de stad en ook met het in kaart brengen van wat leeft er nou in de stad.”
Verslaggever Elmar Bus in gesprek met wethouder Ashley North:
Zorgen
Tegelijkertijd zijn er zorgen. “We zien ook dat een aantal soorten wel echt onder druk staan en dat zien we in heel Nederland en Leiden is daar geen uitzondering op.” Als voorbeelden worden onder meer weidevogels en libellen genoemd. “Daar gaat het niet goed mee en daar willen we extra in investeren zodat zij ook een fijne plek hebben in Leiden.”
Volgens de wethouder is een deel van de problematiek landelijk van aard. “Weidevogels hebben heel erg te kampen met de gevolgen van verstedelijking of met de gevolgen van bepaalde stoffen die worden ingezet in de landbouw.”
Onkruid van belang voor insecten
Toch ziet de gemeente ook lokaal kansen. Als voorbeeld wordt het veranderde beleid rond zogeheten ‘stoepplantjes’ genoemd. “Dat noemden we een paar jaar geleden gewoon onkruid en tegenwoordig doen we dat plantjes omdat we het eigenlijk niet meer zo vervelend vinden.” Deze planten blijken van belang voor insecten. “Want daar halen ze voeding uit en daardoor kunnen ze uitbreiden in onze stad.”
In sommige wijken worden deze planten inmiddels minder of niet meer verwijderd. “In ieder geval tegen de gevels aan en mogen ze nu blijven groeien en ook in boomspiegels. En we zien dat bewoners dat zelf eigenlijk ook waarderen, dus dat is een win win situatie.”
Positieve ontwikkeling rondom vleermuizen
Naast aandachtspunten zijn er ook positieve ontwikkelingen. Zo gaat het goed met vleermuizen in de stad. Het nut daarvan wordt toegelicht: “Een vleermuis eet duizend muggen per nacht, dus in de zomer denk ik dat we allemaal moeten koesteren dat er steeds meer vleermuizen zijn zodat we wat minder worden gestoken.” De toename van het aantal vleermuizen hangt volgens de wethouder samen met gericht beleid.
Aan het einde van de bestuursperiode kijkt de wethouder met tevredenheid terug op de inzet voor stadsnatuur. “Stadsnatuur is me altijd een lief ding waard geweest. Dus ja, ik vind dat echt heel mooi dat we daar een mooie bijdrage aan kunnen leveren.” Met het oog op de toekomst voegt hij toe: “En ik hoop met de adviezen die vandaag zijn vastgesteld dat mijn opvolgers iets in handen hebben om die stadsnatuur nog verder te versterken.”
Duurzaamheid Leiden PolitiekTelefoon Redactie
071 - 5425160