Begraafplaats Rhijnhof in Leiden was zaterdag geen stille plek, maar een plek van herinnering, erkenning en misschien nog wel het belangrijkst: een inhaalslag. Zo’n 250 mensen verzamelden zich rond de graven van zeven Molukse marinemannen. Mannen die decennialang nauwelijks voorkwamen in het Nederlandse verhaal over het koloniale verleden.
Hun namen klinken nu wél hardop:
Matroos eerste klas C. Latuhihin
Matroos eerste klas J. Latuny
Matroos eerste klas E.K. Ligtenberg
Korporaal muzikant T. Pattikawa
Telegrafist eerste klas M. Workala
Sergeant machinist D. Pattiapon
Matroos eerste klas M. Pelmelay
Matroos eerste klas E. Souhoka
Acht kwamen er ooit in Leiden wonen, zeven liggen hier begraven. En nu kregen ze iets wat lang ontbrak: zichtbaarheid.
De herdenking markeert 75 jaar sinds de komst van Molukse marinemannen naar Nederland. Waar het verhaal van de KNIL-militairen inmiddels breed bekend is, bleven de marinemannen opvallend buiten beeld. “Het is heel belangrijk dat deze mannen herdacht worden”, zegt Edoe Workala, de zoon van een van hen. “We waren eigenlijk een heel ondergesneeuwd groepje mensen.”
Filmscript
Zijn familiegeschiedenis leest als een filmscript dat nooit is verfilmd. Zijn ouders komen van het afgelegen eiland Serua, midden in de Bandazee. Vissers, handelaren in kruidnagel, tot de oorlog letterlijk kwam overvliegen. “In 1943 stortte er een Amerikaanse bommenwerper neer bij het eiland”, vertelt hij. “Mijn opa, dorpshoofd, liet de piloten redden. Een paar dagen later kwam een Catalina watervliegtuig. En toen begon het avontuur.”
Jongens van het eiland, onder wie zijn vader, werden meegenomen naar Australië en opgeleid voor de marine. Van visserszonen naar telegrafisten, midden in een wereldoorlog. “Een enorme cultuurschok”, zegt Workala. “Maar ook een kans.”
Geen kamp, wel ongelijkheid
De Molukse marinemannen kwamen in 1951 naar Nederland. Anders dan de KNIL-militairen werden zij niet ontslagen, de marine bestond immers nog. Ze kregen huizen, werk en werden onderdeel van de samenleving. Maar dat betekende niet dat ze gelijk behandeld werden.
“Ze werden gezien als inlandse schepelingen”, zegt Edou Workala, betrokken bij de organisatie van de herdenking. “Ze deden hetzelfde werk, maar kregen minder betaald en minder kansen.” Pas na 1962, toen velen noodgedwongen de Nederlandse nationaliteit aannamen, veranderde dat.
Tweedeling
“Toen pas werden ze volwaardige marinemannen.” Die tweedeling werkte ook door binnen de Molukse gemeenschap zelf. “Er ontstond een soort scheidslijn”, zegt Workala. “KNIL-militairen werden ontslagen en wilden terug. Onze ouders bleven in dienst en integreerden. Dat zorgde voor spanning.”
De kinderen van de marinemannen groeiden op tussen twee werelden. Niet in kampen, maar ook niet zonder obstakels. ‘We werden niet altijd gelijk behandeld’, vertelt Edou. “Op school werd je gestuurd: jongens naar de ambachtsschool, meisjes naar de huishoudschool.”
Maar die generatie brak los. ‘We hebben ons daar echt van ontworsteld. Veel mensen uit onze groep hebben hun weg gevonden, mooie posities bereikt.’ Het klinkt bijna nuchter, maar tussen de regels door zit trots. En opluchting.
Van vergeten graven naar QR-codes
De herdenking op Rhijnhof is het resultaat van jarenlange inzet. Sinds 2021 werd er gewerkt aan erkenning en bescherming van de graven. “Het heeft lang geduurd”, zegt Ben. Workala, broer van Edou en mede initiatiefnemer. “Veel overleg, veel bureaucratie. Maar het is er nu.”
De graven hebben inmiddels een bijzondere status gekregen. Via QR-codes kunnen bezoekers de verhalen achter de namen lezen. Een digitale brug tussen verleden en heden. “We willen dat deze geschiedenis zichtbaar wordt. Niet alleen voor ons, maar voor iedereen.”
Echo van Den Haag
De herdenking in Leiden staat niet op zichzelf. De afgelopen jaren groeit de aandacht voor het koloniale verleden en de rol van Molukkers daarin. Oud-premier Dries van Agt klopte kort voor zijn overlijden nog aan bij de koning om aandacht te vragen voor deze geschiedenis en morele erkenning.
Het is tekenend voor een bredere beweging: Nederland kijkt opnieuw naar zijn verleden en naar wie daarin te lang onzichtbaar bleef.
‘Eer die ze verdienen’
Tussen de graven, bloemen en vlaggen wordt het verhaal eindelijk gedeeld. Niet als voetnoot, maar als hoofdstuk. “Ons doel is simpel”, zegt Ben Workala. “Deze mannen de eer geven die ze verdienen en vergeet ook hun vrouwen niet.
En terwijl de namen worden uitgesproken, lijkt het alsof de geschiedenis eindelijk terugspreekt.
Telefoon Redactie
071 - 5425160