
De Leidse binnenstad was zondagmiddag het toneel van de 27e editie van de Leidse Draaiorgeldag. Rond de twintig draaiorgels lieten zich horen. In dit artikel en de bijbehorende foto’s een selectie van de orgels en de mensen die erbij horen.
Het was zondag in dubbel opzicht een Leidse Draaiorgeldag: gehouden in Leiden en met vrijwel allemaal Leidse orgelmannen. Een uitzondering was Cor van der Plas. Afkomstig uit Katwijk maar in Leiden wel een bekende verschijning. Hij stond met zijn orgel in de buurt van de Burcht van Leiden te spelen. En te zingen. We vroegen hem iets te vertellen over zijn orgel: “Ja, dat is een heel klein orgeltje, twintig toets. Die grote orgels, die heb je tot vijftig toets. En dat zijn dus de fluiten die er in zitten. Bij mij zitten er veertig in maar die zijn gelijkgestemd. Dat zijn dus twintig tonen die je kan maken.”
We vroegen Van der Plas ook of hij het orgeldraaien als hobby heeft of dat hij er zijn boterham mee moet verdienen? “Nee, ik heb een hele goede vriend, hij is dood hoor. Hij heet Drees en dat is mijn suikeroompie, daar krijg ik geld van elke maand. Dus ik hoef dat niet voor m’n beroep te doen. Ik heb het wel gedaan voor m’n beroep maar dan gitaar en ja meerdere instrumenten.”
Groot en klein
Er waren hele grote en hele kleine orgels te zien en te horen. Die van Van der Plas was echt klein. Het orgel van Jordy Pastoor, Bloemenmeisje, zou je een tussenmaat kunnen noemen. Hij stond te draaien aan de Haarlemmerstraat en werd door opvallend veel mensen begroet. We vroegen hem naar de geschiedenis van zijn draaiorgel. “Nou, het is ongeveer veertig jaar oud. Het is laten bouwen door Bert den Bezemer, van Schoonderwoerd den Bezemer. Die is helaas 6 september vorig jaar overleden. En ja, dit orgel dat ken ik al m’n hele leven. Ik ben vierentwintig, je wordt ermee opgegroeid. Ja, dat is prachtig dat het nou in mijn bezit is.” Heeft Pastoor het idee dat hij het orgel ooit nog eens kan doorgeven in de familie? “Ik heb zelf twee dochters en ik hoop eerlijk gezegd dat ze niks met die orgels krijgen, want er zit geen toekomst meer in.” Het wordt dus steeds lastiger om hier een boterham mee te verdienen? “Ja, dat ook. Kijk, er zijn zat mensen die het leuk vinden, er zijn ook zat mensen die het wat minder vinden. Maar ja, we doen het voor de mensen die het leuk vinden, hè?”
Gevraagd naar manieren om het draaiorgel ook in de huidige tijd in stand te houden, zei Pastoor: “Dus ik probeer altijd wel de nummers van nu op het orgel te krijgen en zo merk je toch wel dat de jongeren het leuk vinden.”
Geschiedenis
151 jaar geleden, in 1875, begon de Belg Leon Warnies in Amsterdam met het verhuren van kleine, meestal draagbare draaiorgels. Zijn eerste draaiorgelverhuurbedrijf in Nederland vormt het meest zichtbare startpunt van de exploitatie van straatdraaiorgels in Nederland. Geïnteresseerden die over een vergunning beschikten, konden bij deze verhuurbedrijven een draaiorgel huren. Het hoogtepunt van de exploitatie lag in de jaren twintig en dertig toen er alleen al in Amsterdam dagelijks veertig exploitanten op straat waren.
In de loop der jaren zijn er heel wat dingen veranderd. De kartonnen zig-zag boeken waarop de muziek is vastgelegd heeft bij sommige orgels als aanvulling een besturing via SD-kaart gekregen. Dit om de hoge kosten voor nieuwe orgelboeken te voorkomen. In de meeste gevallen is de wagen gemotoriseerd en waar vroeger nog vaak in woonwijken huis-aan-huis werd aangebeld om een bijdrage te vragen, kiezen beoefenaars er vanaf de jaren zeventig voor om in de stads- en winkelcentra hun muziek ten gehore te brengen.
Voor de paragraaf Geschiedenis werd gebruik gemaakt van informatie van de site immaterieelerfgoed.nl
AUDIO: Paul Aalbers over de Leidse Draaiorgeldag:









Telefoon Redactie
071 - 5425160