Leiden viert de geboorte van een van haar grootste zonen: Jan Steen. “Het is echt een feest om aan deze tentoonstelling te mogen werken,” vertelt conservator van Museum de Lakenhal Lea van der Vinde met een glinstering in haar ogen. En dat feestgevoel spat van de muren. Vergeet die stoffige zalen van honderd jaar geleden. In 1926 propten ze de boel nog vol met kamerplanten en hingen ze schilderijen lukraak boven elkaar. Nu stappen we echt bij Jan binnen.
Jan Steen was een rasechte Leidenaar. Hoewel hij uitstapjes maakte naar Den Haag, Delft en Haarlem, bleef de Sleutelstad de constante in zijn turbulente leven. Hij werd hier geboren, schreef zich in bij de universiteit en ligt hier begraven in de Pieterskerk. Hij kende de geur van de brouwerij en het geroezemoes van de herberg als geen ander; hij was immers de zoon van een brouwer en hield zelf ook wel van een stevige pot bier.
De ‘snol’ van Steen en andere smeuïge details
Wat Jan Steen zo uniek maakt? Hij gebruikte zijn eigen gezin als goedkope figuranten. Zijn acht kinderen, zijn eerste vrouw Grietje en zijn tweede vrouw Maria: ze moesten er allemaal aan geloven. Maar niet iedereen was daar even blij mee.
Maria van Egmond, zijn tweede echtgenote, kon het niet altijd waarderen dat ze als model diende. In de archieven lezen we dat ze vond dat hij haar “te veel als een snol” afbeeldde. Oei. Gelukkig hangt ze er in de Lakenhal ook prachtig bij als de Bijbelse Bathseba – een topstuk uit particulier bezit dat speciaal hiervoor is gerestaureerd.
Zelfspot
Op het beroemde schilderij van het bakkers-echtpaar zien we een jongetje op een hoorn blazen om de buurt te laten weten dat het verse brood klaar is. Dankzij een krabbel van een nazaat op de achterkant weten we het zeker: dat is Thaddeus, de oudste zoon van Jan. Jan schroomde niet om zichzelf belachelijk te maken. Op een van de doeken zien we hem als een dikke, dronken vioolspeler die zo diep in de ogen van een mooie dame kijkt, dat hij niet doorheeft dat zij zijn beurs aan het rollen is.
“Zijn schilderijen waren als zijn leven, en zijn leven was als zijn schilderijen,” schreef een vroege biograaf. Een tikkeltje overdreven misschien, maar de kern van waarheid is voelbaar.
Serieus meesterschap
Ondanks alle grappen en grollen was Steen een technisch genie. De Lakenhal laat zien dat hij de ‘fijnschilderkunst’ tot in de puntjes beheerste. Kijk maar naar de lichtinval op een koperen lantaarn of de donshaartjes op de arm van een luitspeler.
Het absolute spektakelstuk is Het Spaanse Bruidje, een schilderij dat onlangs is verworven voor de ‘Collectie Nederland’. Het is een theatrale klucht op doek, vol kleur en beweging, en wordt nu voor het eerst aan het grote publiek getoond. En ja, ook het wereldberoemde Sint-Nicolaasfeest is voor even terug in Leiden. Het Rijksmuseum heeft dit ‘eregalerij-stuk’ bij hoge uitzondering uitgeleend. De emotie op de gezichtjes van de kinderen, van pure blijdschap tot dikke tranen om een roe in de schoen, is na bijna vier eeuwen nog steeds herkenbaar.
De blik van de toekomst
Jan Steen is nog steeds springlevend, ook voor de jeugd. Leerlingen van basisschool Lucas van Leyden hebben eigen teksten geschreven bij de schilderijen. Hun commentaar is net zo scherp en ongezouten als dat van de kinderen op de doeken van Steen. Het bewijst maar weer: de thema’s van Steen, chaos, feest, moraal en menselijkheid, zijn van alle tijden.
Directeur Tanja Elstgeest vat het treffend samen: “We willen Jan Steen niet alleen als die vrolijke schilder neerzetten, maar ook zijn enorme veelzijdigheid tonen.”
‘Thuis bij Jan Steen’ is van 2 april tot en met eind augustus te zien in Museum De Lakenhal.
Cultuur LeidenTelefoon Redactie
071 - 5425160