In de polder van Zoeterwoude staan twee grote belangen lijnrecht tegenover elkaar. Terwijl Warmtelinq met een aangelijnde hond voorkomt dat weidevogels op hun bouwterrein gaan nestelen, vreest de Weidevogelgroep dat de natuur het onderspit delft. “De knaken winnen het hier van de weidevogels.”
Het project achter de werkzaamheden is omvangrijk: Warmtelinq legt een ondergrondse transportleiding aan om restwarmte uit de Rotterdamse haven te gebruiken voor het verwarmen van huizen en bedrijven. Het project, gestart in Vlaardingen, baant zich nu een weg door het Groene Hart richting Leiden en Katwijk. Uiteindelijk moeten 120.000 huishoudens in Zuid-Holland door deze havenwarmte van het gas af kunnen. De planning is ambitieus: in 2028 moet het hele warmtenet operationeel zijn. “We gebruiken restwarmte die anders verloren zou gaan,” legt omgevingsmanager Joanna de Bruin uit.
Op de ‘prefablocatie’ in de Zoeterwoude polder worden momenteel de leidingen gelast. Om te voorkomen dat het werk tijdens het broedseizoen maandenlang stil komt te liggen, wordt een specifieke methode ingezet: een man met een aangelijnde hond patrouilleert over het terrein.
Dit gebeurt strikt preventief; er zijn nog geen nesten aanwezig. De aanwezigheid van de hond moet voorkomen dat vogels als de grutto, kievit of tureluur de bouwlocatie uitkiezen als broedplaats. Zodra er namelijk een nest met eieren ligt, mag er wettelijk niet meer worden gewerkt. “Het is van belang dat wij voorkomen dat vogels gaan broeden op ons werkterrein,” aldus De Bruin. “We houden ons hierbij aan de regels van de verleende vergunning.”
“Verjagen is niet ecologisch”
Stef Verburg van de Weidevogelgroep Zoeterwoude is kritisch over deze werkwijze. Hij wijst erop dat dit gebied een van de meest vogelrijke plekken van Zuid-Holland is, waar internationale verplichtingen gelden voor de bescherming van de weidevogels.
“Je kunt wel zeggen dat je ecologisch netjes werkt, maar als dat verjagen is, vind ik dat niet verantwoord,” zegt Verburg scherp. De Weidevogelgroep eiste een volledige werkstop tijdens het broedseizoen (maart tot en met juni), maar de werkzaamheden mogen op basis van de huidige vergunningen doorgaan. “De knaken winnen het helaas nog steeds van de weidevogels als het erop aankomt. Je raakt iedere keer weer een stukje broedgebied kwijt.”
Balans in de polder
Warmtelinq benadrukt dat de huidige aanpak juist bedoeld is om de impact op de lange termijn te beperken. Door nu de voorbereidingen op de prefablocatie te treffen, kan de daadwerkelijke aanleg van de leidingen buiten het broedseizoen plaatsvinden. Volgens De Bruin is het verkorten van de totale uitvoeringstermijn uiteindelijk het meest gunstig voor het weidevogelgebied.
Terwijl de machines ronken en de hond zijn preventieve rondes loopt, wacht de Weidevogelgroep op een definitieve uitspraak van de Raad van State.
Maatschappij ZoeterwoudeTelefoon Redactie
071 - 5425160