De 11-jarige Zeyd kijkt trots naar zijn rijtje wortels op schooltuincomplex De Akkerdistel in Park Cronesteyn, het grootste park van Leiden. Samen met zijn klasgenoten van groep 6 van de Lorentzschool verzorgt hij elke week zijn eigen stukje grond. “Ik dacht eerst dat wortels in een week groeiden en dat je ze dan gewoon kon eten”, vertelt hij. “Maar dat is helemaal niet zo. Het duurt maanden.” Die verwondering is precies waar het bij de Leidse schooltuinen al honderd jaar om draait.
Dit jaar vieren de Leidse schooltuinen hun honderdjarig bestaan. In 1926 werd de Vereniging voor School- en Werktuinen opgericht, mede op initiatief van mensen rond de Leidse Hortus Botanicus.
Het idee was simpel: stadskinderen laten ontdekken hoe voedsel groeit. Dat was in die tijd meer dan een leuke buitenactiviteit. Met de voedseltekorten van de Eerste Wereldoorlog nog vers in het geheugen leerden kinderen hoe ze zelf aardappelen, bonen en andere groenten konden verbouwen.
Ruim zeshonderd leerlingen
“Honderd jaar geleden was het ook een vorm van ondersteuning”, vertelt voorzitter Alexander Geertsema. “Het was belangrijk dat mensen wisten hoe ze hun eigen voedsel konden produceren.” Wat begon met enkele tientallen kinderen op een terrein aan de Marnixstraat, groeide uit tot een organisatie die jaarlijks ruim zeshonderd Leidse basisschoolleerlingen bereikt.
Op De Akkerdistel lijken de lessen van honderd jaar geleden nog verrassend actueel. “Je leert dat alles tijd nodig heeft”, zegt Finley terwijl hij zijn prei, uien en wortels laat zien. “Ik dacht altijd dat planten heel snel groeiden. Maar je moet echt geduld hebben.” Zijn schooltuin ligt er keurig bij. Rond een courgetteplant heeft hij afgestorven plantenmateriaal gelegd. “Dat wordt voeding voor de plant.” Elke woensdag werkt hij samen met zijn klasgenoten in de tuin. “Je leert hoe je planten moet verzorgen, hoe je groenten oogst en wat ze nodig hebben om te groeien.”
Een blad dat naar pizza smaakt
Voor Youssef is de schooltuin vooral een plek om te ontdekken. Hij laat een Oost-Indische kers zien en neemt voorzichtig een hap van een blad. “Het smaakt een beetje naar kruiden. Een beetje zoals pizza.”
Ondertussen vertelt hij enthousiast over bijen, zaden en de planten die zichzelf verspreiden. “Er komen hier ook bijen en konijnen.” Zijn droom? Een enorme olijfboom, net als op de boerderij van zijn familie in Marokko.
Een aardappel planten, tien oogsten
Volgens centraal coördinator Marian Kathman is er een ding in een eeuw schooltuinen nauwelijks veranderd. “Het grootste wonder blijft de aardappel”, zegt ze lachend. “Je stopt er één in de grond en een paar maanden later haal je er tien uit. Dat blijft kinderen verbazen.”
Kathman werkt al twaalf jaar mee bij de vereniging en ziet ieder jaar hetzelfde gebeuren. “Kinderen raken verbonden met de natuur. Ze ontdekken dat voedsel niet uit een fabriek komt, maar uit de grond.”
Vijf locaties, zeshonderd kinderen
De Leidse schooltuinen beschikken tegenwoordig over vijf complexen verspreid over de stad. Dankzij de inzet van bijna 120 vrijwilligers krijgen jaarlijks ongeveer zeshonderd kinderen een eigen stukje grond.
Voor het eeuwfeest verschijnt deze week ook het jubileumboek En toen had ik een eigen tuintje. Daarin worden honderd jaar herinneringen, foto’s en verhalen verzameld. Dat de schooltuinen na een eeuw nog bestaan, verbaast Geertsema eigenlijk niet. “Kinderen vinden het geweldig om iets te zien groeien waar ze zelf voor hebben gezorgd.”
Dat blijkt ook uit de reacties op De Akkerdistel. “Het is super duper leuk”, zegt Lea. En Zeyd? Die kijkt nog eens naar zijn wortels. Die zijn nog niet klaar om geoogst te worden. Maar dat geeft niet. Na honderd jaar schooltuinen weten ze in Leiden een ding zeker: sommige dingen hebben gewoon tijd nodig.
Leiden OnderwijsTelefoon Redactie
071 - 5425160