
Archeologen hebben tijdens werkzaamheden voor de nieuwe fietsenkelder onder de Albert Heijn aan de Breestraat de oudste archeologische resten van Leiden ontdekt. In de diepste lagen van de opgraving vonden onderzoekers bijna veertig houten palen, waarvan een groot deel dateert uit de periode tussen 650 en 900 na Christus. De vondst geldt als het oudste bewijs van bewoning uit de vroege middeleeuwen in het centrum van Leiden.
De ontdekking verandert het beeld van de ontstaansgeschiedenis van de stad. Tot nu toe gingen onderzoekers ervan uit dat de zuidelijke oever van de Rijn pas vanaf de 12e eeuw werd bewoond. De nieuwe vondsten wijzen erop dat hier al eeuwen eerder mensen leefden, waarschijnlijk op een iets hoger gelegen stuk grond. De opgraving laat ook zien dat deze vroege bewoning niet permanent was, omdat het gebied later overstroomde. Daarmee blijft de periode tussen de eerste vermelding van Leiden rond 850 en de stadsontwikkeling in de 12e eeuw grotendeels een historisch raadsel.
Volgens de archeologen vormen de vondsten een belangrijke stap in de zoektocht naar het vroegste Leiden. Eerdere opgravingen leverden al sporen van bewoning rond het jaar 1000 op, maar overtuigend bewijs uit de periode daarvoor ontbrak. De nieuwe ontdekking onder de Breestraat vult een belangrijk gat in de geschiedenis en laat zien dat onder de dichtbebouwde binnenstad nog altijd waardevolle archeologische schatten verborgen liggen.

Detailfoto van het schoongemaakt hout. (Foto: IDDS Archeologie)
Telefoon Redactie
071 - 5425160