
Voorzieningen, parkeerplaatsen, ruimte voor recreatie of toch gewoon huizen en hoe ziet de woonwijk van de toekomst eruit? Hoogleraar Tess Broekmans van de TU Delft geeft alvast een eerste voorzet. “Laten we stoppen met het bouwen van eengezinswoningen, want daarvan hebben we er genoeg.”
Als hoogleraar Urban Design kijkt Broekmans naar steden van toekomst. “Woningen die er nu staan, die blijven vijftig, honderd jaar staan. Je bent nu echt aan het bouwen voor wat over veertig jaar de behoefte van de mens is.”
Die behoefte is de afgelopen decennia in Nederland flink veranderd. “Na de Tweede Wereldoorlog waren de gezinnen nog relatief groot”, legt Broekmans uit. “Nu zie je dat gezinnen steeds kleiner worden en dat mensen nu ook vaker met zijn tweeën of alleen in dezelfde eengezinswoningen van na de oorlog wonen.”
Broekmans pleit dan ook voor een andere benadering van de woningmarkt. “We hebben vijf miljoen eengezinswoningen in Nederland en tussen de 3,5 en 4 miljoen gezinnen. Dus er zijn er genoeg. Alleen er wonen niet altijd gezinnen in zo’n eengezinswoning.”
Toekomstbestendige woningen
Dat wil volgens de hoogleraar niet zeggen dat kleiner bouwen per definitie de toekomst is. “Kleine appartementen worden nu gebouwd omdat die goedkoper zijn en mensen die nog net kunnen betalen. Dan gaat het vaak om complexen met een gang en aan beide kanten woningen.”
Ze vervolgt: “Dat zijn dan appartementen van dertig tot veertig vierkante meter. Als je onder de vijftig vierkante meter bouwt in Nederland hoef je geen buitenruimte bij je woning te maken, dus die woningen hebben ook vaak geen balkon.”
“Volgens mij zijn dat dus geen toekomstbestendige woningen, want dat zijn woningen waar je in je eentje misschien nog net kan wonen”, vertelt Broekmans. “Dat is echt het minimum wat we nu bouwen. En ik denk dus dat we ook op een goede manier kleiner kunnen bouwen.”
Niet meer het ideaalbeeld
Het vraagt wel om een andere manier van denken. De eengezinswoning moet niet meer het ideaalbeeld worden.
“Gezinnen kunnen prima in een appartement wonen”, legt Broekmans uit. “Dan is dat niet meer het appartement boven de supermarkt, maar het is een plek met een gedeelde tuin, waar ik de klusruimte kan delen met mijn buurman. Op zo’n manier heb ik de ruimte die ik wil hebben wel tot mijn beschikking, alleen niet allemaal in mijn eigen appartement.”
Rick Gijzen van projectontwikkelaar BPD vertelt dat er in de praktijk al anders gebouwd wordt dan een paar jaar geleden. “Een eengezinswoning is nu gauw zo’n 120 vierkante meter schat ik in. Dat wordt straks niet meer dan tachtig vierkante meter. Dan heb je wel een huis met een tuintje, maar het is allemaal net wat compacter.”
Volgens Gijzen duurt het gemiddeld dertig jaar voor een nieuwe wijk er helemaal staat. “Meestal ben je een jaar of tien aan het plannen en dan nog twintig jaar om alles te bouwen. Dus wij denken ook al gelijk na over hoe wonen mensen over tien, twintig of dertig jaar. En feitelijk langer, want een wijk staat er al snel honderd jaar.” Dat blijft soms koffiedik kijken. “Je weet niet precies waar mensen behoefte aan hebben. Je kan een goede inschatting maken, maar het loopt vaak net anders dan gedacht.”
Flexibel blijven
Daarom zorgen projectontwikkelaars er wel voor dat ze flexibel blijven, legt Gijzen uit. “Bij de ontwikkeling van een wijk doen we het altijd stukje voor stukje. Zo kunnen we later altijd nog kijken waar behoefte aan is. Op die manier kunnen we bijsturen waar dat nodig is.”
Maar het wonen van de toekomst draait niet alleen om woningen. We willen ook blijven recreëren, naar de tandarts of de supermarkt kunnen en onze auto kwijt kunnen. Al is dat laatste volgens hoogleraar stedelijke economie Jos van Ommeren een van de eerste dingen wat kan verdwijnen. “Zelfrijdende auto’s gaan waarschijnlijk een grote consequentie hebben voor parkeren”, kijkt hij naar de toekomst.
Groene omgeving wonen
“Ik stel me een toekomst voor, misschien over dertig jaar, misschien over vijftig jaar, dat de meerderheid van de bevolking niet meer een auto in bezit heeft, maar op afroep een bepaalde type auto laat komen”, legt hij uit. “Deze auto’s kunnen buiten de stad parkeren, dus dan heb je in een woonwijk veel minder ruimte nodig.”
Maar juist aan de andere dingen blijft wel veel behoefte. “Mensen die hier komen wonen, die willen ook in een groene omgeving wonen”, vertelt Willemijn Bouland van Dunea, die onder andere recreatiegebied Meijendel beheert. “Er moet dan ook wel extra natuur komen voor al die extra woningen die er in de komende jaren bij gaan komen.”
Hetzelfde geldt voor de voorzieningen, want bewoners hebben ook scholen en tandartsen nodig. “Het is nooit één belang wat er speelt, het zijn er altijd meerdere”, vertelt Bouland. Dat merkt Onno Zwart ook. Hij is met de GOM verantwoordelijk voor het behoud van de afgesproken hoeveelheid bollengrond in de Bollenstreek. “De tegenstelling tussen huizen en bollen bepaalt altijd het debat. Ik snap dat die ooit ontstaan is, want de bollenstad zou ten koste gaan van bollen. Dus huizen en bollen zijn elkaars vijanden.”
Meer de hoogte in
“Maar de ruimtelijke ordening en de streek zijn natuurlijk veel groter en diverser”, vervolgt hij. “Het is een veel rijker ruimtelijk palet, maar ook een keuzepalet.” Een van de oplossingen is hierbij toch om meer de hoogte in te gaan. Iets waar Broekmans ook voor pleit. “Op het kleine stukje vierkante meter kun je dan veel meer woningen kwijt. Dus het is zowel goed voor de woonbuurten en voor de voorzieningen.”
Levenscyclus
Maar dan moeten de appartementen die gebouwd worden wel geschikt zijn voor gezinnen. “Je maakt natuurlijk een soort levenscyclus door. Je begint als onderdeel van een gezin. Dan groei je op. Dan ga je studeren en op een gegeven moment krijg je een partner of niet en je krijgt kinderen of niet. Het mooie zou zijn dat je in zo’n appartementengebouw ook een beetje kunt groeien.”
Waarbij er volgens de hoogleraar nog een andere belangrijke factor is. “Misschien is het een woningluxe waar we in zitten, maar ik denk dat het generatieverschil vooral het grote probleem is. De haves and the have not. De mensen die nu al een woning hebben, die zitten in overmaat. En de mensen die nog geen woning hebben, die komen er niet in.”
Een van de oplossingen die Broekmans noemt is het beter bouwen voor de behoeften van ouderen. Uit onderzoek is gebleken dat als ouderen verhuizen naar een seniorenwoning er een kettingreactie aan verhuizingen op gang komt. Hierdoor zouden vier tot vijf gezinnen passender kunnen wonen.
Volgens de hoogleraar verhuizen deze ouderen vaak niet omdat ze in hun eigen wijk willen blijven. Daar moeten projectontwikkelaars volgens haar meer rekening mee houden. “Eigenlijk zou gewoon elke woonwijk een deel appartementen moeten hebben zodat mensen daar kunnen blijven. Op die manier kunnen ze op latere leeftijd verhuizen naar een kleinere, passendere woning.”
‘Niet snel weg’
Een vrouw in Delft bevestigt dit beeld. Zij geeft aan te wonen in een rijtjeswoning met twee slaapkamers, een badkamer en een zolder. “Ik woon in een heel gezellige straat met heel gezellige buren. Dus dat is niet iets waar ik snel weg zal gaan.”
Gijzen vertelt dat ze hier nu ook al rekening mee houden. “Senioren blijven uiteindelijk wonen in die woning omdat ze geen alternatief hebben om naartoe te verhuizen. Ze willen graag in hun eigen sociale omgeving blijven, maar er is geen aanbod.”
Verschillende type woningen
Daarom moeten er in elke wijk volgens de projectontwikkelaar meer verschillende type woningen komen. “Als we nou meer mixen en ook in de wijken met meer beneden- en bovenwoningen of een kleinschalig appartementencomplexje, dan kunnen ze binnen het buurtje verhuizen. En ontstaat er ook weer ruimte voor gezinnen.”
Op deze manier zouden we de schaarse grond in de regio het beste kunnen benutten volgens de deskundigen en ook in de toekomst aan de groeiende vraag naar woningen kunnen voldoen. Broekmans is dan ook duidelijk. “Als we nou eens de komende tijd geen eengezinswoningen bouwen en we stoppen al onze energie en innovatiekracht in het bouwen van die betere appartementen. Ja, volgens mij gaan we dan het verschil maken.”
Leiden Leiderdorp Leidschendam-Voorburg Maatschappij Oegstgeest Voorschoten Wassenaar ZoeterwoudeTelefoon Redactie
071 - 5425160