
Leiden mag dan trots zijn op zijn monumenten, volgens de Rijnlandse Molenstichting wordt er nog onvoldoende gekeken naar de omgeving waarin die monumenten staan. De stichting is kritisch op het nieuwe beoordelingskader van de gemeente Leiden. Volgens secretaris Bart van Meulen richt de gemeente zich vooral op het voorkomen van achteruitgang, terwijl er juist kansen liggen om de omgeving van monumenten te verbeteren.
Vermeulen vertelt erover in de Centraal + Ochtendshow. Volgens de stichting hebben veel molens problemen door hoge begroeiing. Daardoor is er minder zicht op de molens en krijgen ze minder wind. “De molen die stil staat, die gaat sneller stuk dan de molen die draait”, zegt Van Meulen.
Beperkte windrichting
Een voorbeeld is de Rodenburger Molen aan de Kanaalweg, waar volgens de stichting een hoge rij bomen ervoor zorgt dat de molen nog maar uit een beperkte windrichting voldoende wind vangt. De stichting pleit niet voor het massaal kappen van bomen, maar wil dat per locatie wordt bekeken wat mogelijk is. Daarbij moeten ook belangen als biodiversiteit en vergroening worden meegenomen. Volgens Van Meulen kan bijvoorbeeld worden gekozen voor lagere begroeiing en andere soorten bomen en planten. Zo kan de stad groener worden, zonder dat de molens hun functie verliezen.
Meer ambitie rond monumenten
Het gemeentelijke beoordelingskader is volgens de stichting een goede stap, maar gaat niet ver genoeg. Van Meulen vindt dat Leiden te veel uitgaat van het principe ‘behouden wat er is’. “Er zit eigenlijk heel weinig in van: laten we kijken bij de verschillende soorten monumenten waar we verbetering kunnen aanbrengen.” Volgens hem wordt Leiden steeds drukker en levendiger en moeten monumenten en hun omgeving daarin worden meegenomen. Het gaat daarbij om het zoeken naar een balans tussen woningbouw, groen, leefbaarheid en het behoud van erfgoed.
Snoeien kan op korte termijn
De Rijnlandse Molenstichting hoopt dat de gemeente naar aanleiding van de kritiek met meer ambitie naar het beoordelingskader kijkt. Op korte termijn ziet Van Meulen vooral mogelijkheden rond de molens waar de begroeiing voor problemen zorgt. “Dat er hier en daar eens wat gesnoeid kan gaan worden rond een aantal molens, dat zou verstandig zijn.” Volgens hem kan dat, rekening houdend met het broedseizoen, relatief snel worden aangepakt. De stichting verwacht dat het college nog met een reactie komt en dat daarna een inspraakmoment volgt.
Telefoon Redactie
071 - 5425160