
Onder de vloer van de Pieterskerk werd een gemummificeerd lichaam gevonden. Bijna vijftig jaar later weet nog altijd niemand wie deze persoon was.
Tijdens restauratiewerkzaamheden in de Pieterskerk, eind jaren zeventig, verwijderde hij een deel van een houten vloerconstructie onder het enorme bankenplan dat destijds een groot deel van de kerk vulde. Daar stuitte hij op iets wat niemand had zien aankomen: een gemummificeerd lichaam. Geen skelet. Geen losse botten. Maar een lichaam dat de tand des tijds op een opmerkelijke manier had doorstaan.
Ward Hoskens over de Leidse mummie:
Mysterie
Bijna vijftig jaar later weet nog altijd niemand wie deze persoon was. De vondst groeide uit tot een van de grootste historische mysteries van Leiden. En juist nu, terwijl nieuw onderzoek loopt naar textielresten die samen met de mummie zijn gevonden, lijkt de kans groter dan ooit dat er antwoorden komen.
Wie lag daar onder de vloer van de Pieterskerk? Waarom werd het lichaam een natuurlijke mummie? En hoe kwam het terecht op een plek waar niemand een dode verwachtte?
Conservator Ward Hoskens houdt zich dagelijks bezig met die vragen. Lopend door de Pieterskerk wijst hij naar de plek waar de mummie werd gevonden. “Iedere keer als je denkt dichter bij een antwoord te komen, ontstaan er weer nieuwe vragen.” Dat vat het verhaal misschien wel het beste samen.
Een zeldzaamheid in Nederland
Nederland kent slechts een handvol natuurlijke mummies. Anders dan bij de beroemde Egyptische voorbeelden kwam hier geen balseming aan te pas. Het lichaam droogde onder bijzondere omstandigheden zo snel uit dat het natuurlijke ontbindingsproces grotendeels werd stilgezet. Onderzoekers spreken daarom van een luchtmummie.
Precies hoe dat proces in de Pieterskerk heeft plaatsgevonden, weten ze nog niet. Mogelijk lag de overledene ooit in een grafkelder waar een combinatie van droge lucht en ventilatie zorgde voor natuurlijke conservering. Maar zelfs dat staat niet vast. Wat wel vaststaat, is dat de vondst uitzonderlijk is.
Van onbekende dode naar Kees Kist
Kort na de ontdekking kreeg de mummie een bijnaam: Kees Kist. Een knipoog naar toenmalig voorzitter van de Stichting Pieterskerk Cees Goekoop én naar de beroemde AZ-spits Kees Kist.
De naam bleef hangen.
Generaties Leidenaren groeiden ermee op. Wie de Pieterskerk bezocht, kende het verhaal van Kees Kist. Toch gebruikt de Pieterskerk die naam tegenwoordig liever niet meer. “We spreken liever over de Leidse mummie”, zegt Hoskens. “Dat is duidelijker, maar ook respectvoller richting de persoon.”
Want achter het mysterie schuilt geen curiositeit, maar een mens van wie zelfs de naam verloren is gegaan. Sterker nog: onderzoekers weten niet eens zeker of het om een man of een vrouw gaat.
Een attractie achter glas
Jarenlang lag de mummie tentoongesteld in de Pieterskerk. In een glazen kist konden bezoekers de opmerkelijke vondst van dichtbij bekijken. Voor veel Leidenaren werd het een vast onderdeel van een bezoek aan de kerk. De mummie groeide uit tot een publiekstrekker.
Later reisde de overledene zelfs naar Maastricht voor een tentoonstelling over natuurlijke mummificatie. Daarmee kreeg de Leidse vondst landelijke bekendheid.
Pas in de afgelopen jaren veranderde de manier waarop erfgoedinstellingen naar menselijke resten kijken. Waar vroeger vooral de bijzondere vondst centraal stond, ligt tegenwoordig veel meer nadruk op respect voor de persoon achter de resten.
De mummie verdween daarom uit de tentoonstelling en wordt tegenwoordig op een externe locatie bewaard.
De kerk onder de kerk
Om het mysterie te begrijpen moet je afdalen in de geschiedenis van de Pieterskerk. Eeuwenlang werd er in de kerk begraven. Onder de vloer ontstond een verborgen wereld van grafkelders, gangen en gemetselde graven. Tijdens restauraties kwamen delen van die ondergrondse geschiedenis opnieuw aan het licht.
Daarmee ontstonden ook nieuwe vragen.
Waarom lag de mummie niet in een grafkelder? Waarom werd het lichaam gevonden onder een houten vloerconstructie van het bankenplan? Was de overledene ooit verplaatst?
Historisch onderzoek heeft inmiddels verschillende scenario’s opgeleverd.
Oorlog, onderduikers en verborgen schatten
Een van de meest fascinerende hoofdstukken speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Pieterskerk was toen veel meer dan een monumentaal gebouw. Onderduikers vonden er onderdak. Waardevolle bezittingen van de universiteit werden verborgen onder de vloer. Koster Willem Rameau kende de verborgen ruimtes als geen ander en gebruikte verschillende grafkelders als schuil- en bergplaats.
Daardoor ontstond een intrigerende theorie: zou het lichaam tijdens de oorlog zijn verplaatst? Het is een mogelijkheid die onderzoekers niet volledig kunnen uitsluiten. Zeker omdat tijdens de bezetting meerdere grafkelders werden geopend en gebruikt.
Tegelijkertijd zijn er aanwijzingen dat de mummie al vóór de oorlog op de plek lag waar die later werd gevonden. Een definitief antwoord ontbreekt.
Drie theorieën
Na tientallen jaren onderzoek zijn grofweg drie verklaringen overgebleven. De eerste theorie is dat het gaat om een reguliere begraving uit de zeventiende eeuw. Het lichaam zou later zijn verplaatst en uiteindelijk op de vindplaats terechtgekomen zijn.
De tweede theorie voert naar de negentiende eeuw. Nadat begraven in kerken officieel werd verboden, zouden nabestaanden toch geprobeerd kunnen hebben een dierbare een laatste rustplaats in de Pieterskerk te geven. De derde theorie speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daarbij zou het lichaam zijn verplaatst tijdens de verzetsactiviteiten onder de kerk.
Voor geen van de drie scenario’s bestaat tot nu toe overtuigend bewijs.
Op zoek naar een naam
Dat is precies waarom het huidige onderzoek zo belangrijk is. Onderzoekers hopen via textielonderzoek en andere analyses meer duidelijkheid te krijgen over de ouderdom van de begraving.
Misschien levert dat nieuwe antwoorden op. Misschien ontstaan er juist weer nieuwe vragen. Voor Hoskens draait de zoektocht uiteindelijk niet alleen om geschiedenis of wetenschap. “We willen echt proberen dichter bij die persoon te komen. Of dat lukt weten we niet. Maar we willen wel recht doen aan de verbinding die deze persoon met de Pieterskerk heeft.”
Mummie
Wat de uitkomst van het onderzoek ook wordt, één ding lijkt al vast te staan. De Leidse mummie keert waarschijnlijk niet terug in een glazen vitrine. De Pieterskerk onderzoekt de mogelijkheid om de overledene uiteindelijk een definitieve rustplaats te geven in een historische grafkelder onder het koor.
Misschien krijgt de onbekende dode ooit alsnog een naam. Misschien blijft die voorgoed verborgen. Maar zolang niemand weet wie er onder de vloer van de Pieterskerk werd gevonden, blijft de luchtmummie een van de opmerkelijkste mysteries uit de geschiedenis van Leiden.
Leiden MaatschappijTelefoon Redactie
071 - 5425160